like us on Facebook
Last Update
General update: 09-01-2012 18:08
[cached @13:47]
Rasgroep van de Labrador
De Labrador behoort tot de Rasgroep "Staande Jachthonden, Spaniels en Retrievers"
Karakter van de Labrador
Hoge mate van jachtpassie
Sterke 'will to please'
Liefhebber van water
Moedig
Stabiel
Zelfstandig
Redelijke mate van hardheid
Goed op te leiden
Allemansvriend
Vriendelijk / sociaal karakter
Redelijk temperamentvol
Rasstandaard van de Labrador
De labrador retriever is een ideale gezins hond. Niet erg groot, maar ook weer niet klein. Schofthoogte voor de reu is ongeveer 58 cm voor een teef ongeveer 55cm en wegen 32-36 kilo.
Hij is sterk en bewegelijk, krachtig in zijn uitingen en de staart hangt geen ogenblik stil. Hij is bijzonder aanhankelijk, bezit een prima neus, is zeer zacht in de mond en erg leerzaam met veel "will to please". Hij is dol op andere honden, mensen en kinderen.
Er zijn 3 verschillende kleuren, de zwarte(black), choco bruin(chocolate) en geel (yellow).
Het zijn stevige vrij korte honden met brede borst en stevige benen. Brede schedel met duidelijke stop. Kaken zijn middel matig maar niet spits toelopend. Brede neusrug met flinke neusgaten. Bruine ogen met vriendelijke uitdrukking. Oren moeten mooi vlak langs het hoofd hangen, de staart is vrij kort en dik behaard. Verdere beharing is kort dicht en hard. De aard van de labrador is altijd vriendelijk, betrouwbaar en altijd goede zin. Beweging, minimaal 3 tot 4 maal per dag ongeveer 15 minuten lekker er op uit en even uitrennen. Gehoorzaamheid cursus is aan te raden, ze doen het graag, daarna heb je een fijne hond die perfect naar het baasje luistert.
De Labrador is een goed en enthousiast zwemmer. De vacht is makkelijk schoon te houden: even met een handdoek drogen als de hond nat thuis komt en dagelijks even kort kammen en borstelen. De vacht is waterafstotend door de dikke ondervacht die hem warm houdt en de bovenvacht heeft een dusdanige structuur dat modder en vuil er na enkele uren vanzelf afvallen. Een Labrador heeft veel beweging nodig en wil graag veel aandacht.
Een Labrador is laat volwassen. Hij is pas op ongeveer tweejarige leeftijd volledig uitgegroeid. Hoewel men thans 10 jaar als de gemiddelde leeftijd van de Labrador hanteert, werd de teef Munden Single, een van de eerste tentoonstellings- en field-trial-winnaars, 20 jaar oud. Er zijn Labradors die nog op hun tiende jaar prijzen in de wacht sleepten.
De labrador retriever is een rashond, een prachtige grote hond en het is dus geen hond die genoeg heeft aan de hele dag binnen zitten en af en toe een plasje doen. Maak dus bewust een keuze en wanneer je zeker weet dat je een labrador wilt doe dat dan via de Nederlandse labrador vereniging zodat je een pup koopt van mensen die serieus bezig zijn met het fokken van labradorpups en die niet fokken om het geld want de labrador is een ras die een bewuste keus verdient!
Rasstandaard Labrador Retriever
Algemeen beeld:
Sterk gebouwd, kort in lendenen, bijzonder actief, breed in schedel, breed en diep in borst en ribben, breed en sterk in lendenen en achterhand.
Typische raskenmerken:
Goed temperament, erg behendig. Buitengewoon goede neus, zacht in de mond, uitgesproken liefhebber van water. Een toegewijde, zich makkelijk aanpassende metgezel.
Temperament:
Intelligent, levendig en gezeglijk, met een sterke wil zijn baas te behagen. Vriendelijk karakter zonder spoor van agressie of ongepaste schuwheid.
Hoofd/schedel: Schedel breed met een duidelijke stop, scherp besneden zonder vlezige wangen. Kaken middelmatig lang, krachtig en niet spits toelopend. Neus breed, neusgaten goed ontwikkeld.
Ogen: Middelmatig groot, met intelligente en vriendelijke uitdrukking, bruin of hazelnootkleurig.
Oren: Niet groot of zwaar, dicht tegen het hoofd aanliggend en vrij ver naar achteren geplaatst.
Mond: Kaken en gebit sterk met een volmaakt, regelmatig en compleet scharend gebit, dat wil zeggen dat de bovenste tanden net over de onderste tanden heen vallen en recht in de kaak staan.
Hals: Droog, sterk, krachtig, geplaatst op goedliggende schouders.
Voorhand: Schouders lang en schuinliggend. Voorbenen voorzien van stevige botten en recht van de elleboog tot de grond, zowel van voren als van opzij bezien.
Lichaam: Borstkas van goede breedte en diepte, met goed gewelfde, tonvormige ribben. Horizontale bovenbelijning. Lendenen breed, kort en sterk.
Achterhand: Goed ontwikkeld, niet naar de staart aflopend, goed gehoekte knie. Laag geplaatste hakken, koehakkigheid hoogst ongewenst.
Voeten: Rond, compact, goed gebogen tenen en goed ontwikkelde voetzolen.
Staart: Kenmerkend voor het ras, erg dik bij de aanzet en geleidelijk toelopend naar de punt, van middelmatige lengte, vrij van bevedering, maar rondom dik bekleed met een korte, dikke, dichte vacht, waardoor de ronde vorm ontstaat die beschreven wordt als ‘otterstaart’. Mag vrolijk gedragen worden, maar mag niet over de rug krullen.
Gang/beweging: Vrij, voldoende bodem beslaand, recht en zuiver zowel voor als achter.
Vacht: Kenmerkend voor het ras, kort, dicht, zonder golven of bevedering, vrij hard aanvoelend, weerbestendige ondervacht.
Kleur: Geheel zwart, geel of lever/chocoladekleurig. De gele kleur kan variëren van licht roomkleurig tot vossenrood. Kleine witte vlek op de borst is toegestaan.
Hoogte: Ideale schofthoogte reuen 56-57 cm, teven 54-56 cm.
Fouten:
Iedere afwijking van de hierboven vermelde punten moet als fout worden aangemerkt, de mate waarin moet in verhouding tot de ernst van de fout staan.
Verzorging van de Labrador
De verzorging van de labrador bestaat uit een wekelijkse borstel beurt. Wanneer de hond in de rui is moet er elke dag geborsteld worden om te voorkomen dat de vacht vervilt. Wanneer er veel gewandeld wordt in hoog gras of in het bos de hond steeds nakijken op teken deze zijn namelijk moeilijk te zien in de dichte ondervacht. Natuurlijk worden de voetzolen steeds gecontroleerd op doorns en andere scherpe voorwerpen. Denk ook aan de vlooien behandeling zowel op de hond als in huis.
Opvoeding van de Labrador
Wanneer u net een labrador gekocht heeft of van plan bent om u binnenkort één aan te schaffen, stelt u zich ongetwijfeld enkele vragen omtrent zijn opvoeding. We willen hier proberen een antwoord op deze vragen te bieden door enkele richtlijnen te geven. We raden u in elk geval sterk aan om met uw labrador naar een hondenschool te gaan.
Basisprincipes:
De labrador is een hond met een enorme “will to please”. Dit betekent dat hij alles in het werk zal stellen om zijn baasjes te plezieren. Het is precies dit aspect dat gebruikt moet worden in zijn opvoeding: positief gedrag moet versterkt worden door de hond te belonen (aaien of koekje), terwijl negatief gedrag afgezwakt dient te worden door de hond te negeren.
Het is heel belangrijk om steeds duidelijk en consequent te zijn. Gedrag dat niet getolereerd wordt mag nooit getolereerd worden, gedrag dat toegestaan is moet altijd toegestaan zijn. Hierop mogen geen uitzonderingen gemaakt worden. Deze grenzen moeten van bij het begin vastgelegd zijn. Vergeet echter nooit dat uw hond een dier is en geen mens. Hij zal steeds het gedrag van een hond vertonen en niet denken op dezelfde manier als mensen. Beperk uw woordenschat en gebruik steeds dezelfde woorden voor dezelfde bevelen.
Een goed opgevoede hond is een hond die je overal kan meenemen en waar makkelijk mee te leven valt.
Basisbevelen :
Volgen aan de leiband, terugroepen en de houdingen (zitten, liggen, staan) zijn de basisbevelen die het leven met uw hond aangenaam zullen maken.
• Volgen aan de leiband : de leiband mag niet meer zijn dan de band tussen u en uw hond. Van kleinsafaan laat ik mijn pups in vrijheid naast mij wandelen. Ze volgen mij automatisch omdat ik hun herkenningspunt ben. Vervolgens maak ik, terwijl ik het gepaste bevel geef (voet, volg,…), de leiband vast zonder deze vast te houden. Natuurlijk moet de hond gefeliciteerd worden wanneer hij mooi naast je loopt. Wanneer uw pup te snel loopt, moet u stoppen en u omdraaien of van richting veranderen. Wanneer uw hond in vrijheid goed naast u loopt, mag u de leiband vastnemen. Ik gebruik een slipleiband. Dit laat toe een korte ruk te geven wanneer de hond begint te trekken. U dient er wel op te letten dat de leiband nooit gespannen is. U kan ook een koekje boven zijn snuit in uw hand houden, wat de hond zal aanzetten uw hand te volgen.
• Terugroepen op bevel : elke gelegenheid moet gebruikt worden om uw pup terug te roepen. Telkens als uw pup terugkomt, moet u hem tonen dat u gelukkig bent en hem feliciteren. Vraag iemand uw pup vast te houden, ga enkele meters van hem vandaan en roep hem bij zijn naam. Gebruik steeds zijn naam om hem te doen komen. Roep uw hond regelmatig bij u als u gaat wandelen. Al te dikwijls roepen mensen hun hond enkel bij zich als de wandeling afgelopen is. De hond zal dit echter snel begrijpen en zal niet meer terugkomen omdat dit immers voor hem betekent dat de wandeling voorbij is. Door de hond tijdens de wandeling zelf verscheidene keren bij u te roepen, voorkomt u deze problemen.
• De houdingen : Zit is de gemakkelijkste houding omdat het de meest natuurlijke is. Wanneer de pup uit zichzelf gaat zitten, profiteer ik daar meestal van om het bevel “zit” te geven. Na een paar keer legt de pup het verband tussen het bevel en zijn houding en zal hij zonder probleem uw bevel correct beantwoorden. Vergeet nooit de pup te belonen! “Liggen” is moeilijker aan te leren omdat het van de hond een veel grotere onderdanigheid vraagt. Zelf laat ik mijn pup eerst zitten en neem een koekje in mijn hand dat ik verder van de hond hou en vóór hem uit beweeg net boven de grond. De hond zal zo automatisch gaan liggen om te proberen het koekje te nemen. Ook hier is het weer heel belangrijk de hond te feliciteren. De houding “staan” wordt vooral gebruikt door mensen die met hun hond willen deelnemen aan shows. In het begin moet de hond geholpen worden ofwel door zijn buik te ondersteunen zodat hij blijft staan ofwel door een kleine stap naar achter te doen. Wanneer de hond gaat staan, moet het bevel herhaald worden en moet hij eveneens beloond worden.
Meer gevorderde gehoorzaamheid :
Wat betreft andere oefeningen die u uw hond wil aanleren, raad ik u aan om naar een hondenschool te gaan, waar u mensen zal vinden met voldoende kennis en ervaring om u te helpen bij de opvoeding van uw hond.
Zindelijkheid :
Wanneer u uw pup krijgt als hij 8 weken oud is, zal hij zeker nog niet zindelijk zijn. Dit is volkomen normaal. Hij zal dit voor overdag in elk geval snel leren. Ook ’s nachts zal hij zindelijk worden, maar dit gaat samen met de ontwikkeling van zijn blaas. Het is uiterst belangrijk om de hond regelmatig buiten te laten (om de 2 uur) en in elk geval ook na iedere maaltijd en als hij wakker wordt. Wanneer de pup zijn behoefte dan buiten doet, volstaat het hem te belonen. Op die manier zal hij na verloop van tijd begrijpen wat u van hem verwacht.
Wanneer u uw pup betrapt als hij zijn behoefte binnen doet, neem hem dan op, zeg “neen” en ga met hem buiten. Duw zijn snuit nooit in zijn uitwerpselen om hem te straffen. Dit leidt nergens toe. Onthoud ook dat een hond die niet zindelijk is, niet zindelijk is omdat zijn baas hem dit niet correct heeft aangeleerd.
De nacht is lang, daarom moet de pup ‘s avonds zo laat mogelijk voor de laatste keer buiten gelaten worden en ook zo vroeg mogelijk ‘s morgens. Wanneer u ’s morgens wakker wordt, is uw eerste taak de pup buiten laten.
U kan uw pup ofwel in een niet al te grote kamer ofwel in een kennel laten slapen. Dit laatste is een systeem dat met succes veel toegepast wordt in de USA. Een pup zal instinctief immers nooit zijn behoefte doen in de nabijheid van zijn slaapplaats. Deze kennel mag echter nooit gebruikt worden als straf! Het moet zijn nest zijn en de plaats waar hij zich kan terugtrekken als hij met rust wil gelaten worden.
De pup en kinderen :
De eerste en belangrijkste regel is : laat een kind nooit alleen met een hond ! Een kind is nog niet in staat de waarschuwende signalen van een hond te herkennen. Het is omwille van deze reden dat de meeste ongelukken bij kinderen gebeuren. Een pup is geen speelgoed. Hij moet rustig en zacht benaderd worden. Wanneer de hond slaapt, moet hij met rust gelaten worden. Laat een kind ook nooit zijn vingers in de eetbak van de hond steken wanneer deze aan het eten is.
De pup moet leren dat het kind op een hoger niveau in de rangorde staat dan hijzelf en hij dus ook moet luisteren naar zijn jonge baasje.
Door enkele basisregels te respecteren zal alles vlot verlopen en zullen de hond en het kind de beste maatjes worden.